Fabels & Feiten
In deze terugkerende column zullen we wat fabels en feiten onder de loep nemen. Van fruit blijf je slank, van krachttraining word je langzaam en als je zweet val je af. Waar of niet waar? Nu de feestdagen achter de rug zijn en de goede voornemens allang weer vergeten kan het geen kwaad om hier wat meer aandacht aan te besteden. Vandaag; “als je snel wilt afvallen, moet je zo min mogelijk eten”.
Weinig of niets eten is vooral heel slecht. Als je veel minder energie binnenkrijgt dan je lichaam wil verbranden, gaat het zijn energie ergens anders vandaan halen. Je lichaam gaat zichzelf als het ware opeten; het calcium haalt het uit de botten, eiwitten uit je spiermassa wordt aangewend, je verliest vocht en je weerstand wordt lager. Daarnaast gaat je lichaam in de “spaarstand” omdat het zo weinig voedingsmiddelen krijgt. Op het moment dat je dan weer normaal gaat eten, je hebt jouw streefgewicht bereikt, zul je heel snel weer aankomen en waarschijnlijk nog meer dan ervoor omdat je lichaam in die spaarstand het, in de voeding aanwezige, vet direct zal opslaan: het bekende jojo-effect.
Werk dus niet aan een tijdelijke oplossing. Als je wilt afvallen verminder dan vooral je suikerinname . Als je googelt op “geycemische index” zie je een overzicht van de meeste suikerhoudende producten. Schrap die uit je dieet. Eet als je wilt afvallen bovendien meerdere kleine porties op een dag (de zogenaamde Conimex reclame voor de oplettende tv kijker), zodat je lichaam actief blijft verbranden en ook je suikerspiegel stabiel blijft. Daardoor ontstaan er geen dipjes en geen plotselinge behoefte aan zoetigheid.
Vaak wordt geadviseerd, als mensen willen afvallen om zes kleine maaltijden per dag tot zich te nemen. Op deze manier blijft je stofwisseling hoog en voorkom je de bekende “after dinner dip”. En zorg ook dat je de goede voedingsstoffen binnenkrijgt zodat je je spieren behoudt in plaats van afbreekt. De schijf van vijf is hierbij allang achterhaald en de voeding bij sporters is weer iets ingewikkelder. Daar in een andere column meer over.
© Natan Beij 2012
De taal van je handen
Het woord 'massage' werd aan het begin van de 19e eeuw in Frankrijk bedacht door Lepage. In Griekenland kenden we al het woord 'massein', dat zoveel betekent als ‘aanraken’, ‘kneden’, ‘knijpen’ en ‘handelen’. Met het Hebreeuwse 'massech' en het Arabische 'mass' werd min of meer hetzelfde bedoeld. Omdat men steeds meer inzicht begon te krijgen over de bouw en de werking van het menselijke lichaam, werd het heelkundig behandelen van de spieren met als doel spanning en spierstijfheid te verminderen en de gezondheid en de conditie te bevorderen of op peil te houden steeds meer toegepast. Lepage bedacht hiervoor het woord 'massage', maar gemasseerd werd er al zolang er mensen zijn. Massage kan gedefinieerd worden als het manueel of mechanisch op systematische wijze beïnvloeden van het zachte weefsel van het lichaam door middel van wrijven, drukken, kneden of anderszins met als voornaamste doel de doorbloeding te verbeteren, de lymfestroom positief te beïnvloeden, spiespanning te verminderen en ter ontspanning. Dat masseren méér is dan dat zul je tijdens de jaartraining zeker ook zelf ervaren.
Massage is nog veel ouder dan de weg naar Rome. In feite is massage zo oud als de mensheid zelf. Aanraken is essentieel voor ons mens-zijn. Een mens is immers een sociaal wezen die zich zonder wezenlijk contact niet goed kan ontwikkelen. Leren masseren begint met het bewust worden van de aanraking. Als je veel masseert ontwikkel je je vermogen om te voelen. Maar masseren doe je niet alleen met je handen, je hele wezen is er bij betrokken. Zonder die wezenlijke betrokkenheid is het aanraken als luisteren zonder te horen; als kijken zonder te zien. Leren masseren, voelen en aanraken, gaat altijd samen met persoonlijke groei en ontwikkeling. Dat begint in feite al bij onze geboorte.
Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat baby’s die regelmatig worden gemasseerd zich letterlijk en figuurlijk beter ontwikkelen. Aanraken is sowieso erg belangrijk voor onze lichamelijke en geestelijke gezondheid. Aanraken doen we vooral met onze handen. Al bij onze geboorte hebben we een sterke grijpreflex. In eerste instantie bewegen onze handen als vanzelf, maar al in zeer korte tijd kunnen we de bewegingen van onze handen al steeds beter coördineren. Hoe meer we ons bewust worden van onszelf en ons lichaam hoe verfijnder de bewegingen die wij maken. Met onze handen doen we enorm veel indrukken op en hoewel we nog niet kunnen benoemen wat we voelen onderscheiden we al heel snel verschillen in koude en warmte, hard en zacht, dik en dun, groot en klein, nat en droog enzovoort. We krijgen letterlijk en figuurlijk een steeds betere indruk van onszelf en onze omgeving door met onze handen te grijpen, te onderzoeken en te voelen. Voelen doen we met ons hele lichaam, maar met name onze handen hebben zich in een evolutionair proces van miljoenen jaren in het voelen gespecialiseerd. Om te kunnen voelen is onze huid voorzien van miljoenen tastlichaampjes. Deze tastlichaampjes sturen alle indrukken uit de wereld om ons heen in een flits naar onze hersenen alwaar de ontvangen boodschappen al even snel vertaald worden in voor ons bruikbare informatie. In onze handen bevinden zich de meest gevoelige en gespecialiseerde tastlichaampjes zodat we ons daadwerkelijk bewust kunnen worden van hetgeen we aanraken.
Gelijk met de ontwikkeling van ons vermogen om te voelen ontwikkelde zich ons vermogen om te denken en ons met anderen te verbinden. Hoe had onze wereld eruit gezien als we viervoeters waren gebleven? Hoe hadden we kunnen overleven zonder werktuigen? Hoe hadden we de koude nachten kunnen trotseren als we ons niet hadden kunnen warmen bij het vuur dat we met onze handen hadden ontstoken en bovenal, hoe hadden we onze medemensen kunnen laten weten dat we om hen geven? De eerste primitief levende mensachtige is voor zover bekend de Australopithecus Anamensis die ongeveer 4 miljoen jaar geleden leefde in Afrika. In de loop van miljoenen jaren werden we letterlijk en figuurlijk steeds handiger, maar voordat de eerste echte mens ten tonele verscheen verstreken nog eens 2 miljoen jaar. Deze eerste mensen werden Homo Habilis genoemd, dat niet voor niets ‘Handige Mens’ betekend.
Antropologisch onderzoek heeft uitgewezen dat sinds de eerste mensen in staat waren om werktuigen te maken ons denkvermogen overduidelijk begon toe te nemen. Met andere woorden; des te meer we onze handen gebruiken des te meer ontwikkelde zich ons bewustzijn. Het is niet ondenkbaar dat onze voorouders elkaar ook steeds vaker begonnen aan te raken, al was het alleen maar om de sociale verhoudingen binnen een groep veilig te stellen. Hetzelfde zie je heden ten dagen nog bij apen. Ze frunniken en plukken aan elkaar dat het een lieve lust is.
Deze vorm van aanraken bij apen wordt vlooien genoemd. Ten onrechte overigens, want apen hebben vrijwel geen vlooien. Vlooien zorgt er voor dat de vacht wordt schoongehouden, maar heeft bovenal een sociale functie. Vlooien versterkt de band binnen een groep en zorgt mede daardoor voor minder stress en onderlinge strijd.
Leren masseren en worden wie je bent gaat zo gezien samen. We hebben dan ook niet alleen de wens om je wat praktische vaardigheden en enige theoretische kennis bij te brengen, maar hopen vooral dat je door massage meer mens wordt. Een goede masseur is volgens ons niet alleen iemand die weet hoe het lichaam werkt, waar alle spieren liggen en hoe de massagetechnieken op de juiste wijze uit te voeren, hij is vooral iemand die zich met een open hart kan verbinden met zijn medemens en het hem of haar door de intentie en kwaliteit van zijn aanraking mogelijk te maken zich volkomen te ontspannen. Na afloop van onze jaartraining heb je niet alleen jezelf beter leren kennen, maar heb je ook voldoende geleerd om op professionele en verantwoorde wijze gezonde personen te behandelen in je eigen praktijk en bijvoorbeeld in sauna´s en beautycentra.
© Edwin Ransijn 2010